De Haagse taal kent vele eigen woorden. Maar wat ze betekenen is niet altijd duidelijk. Daarom staat in het Groen-geile boekie een lange, lange verklarende woordenlijst.
Vooruit, we geven er een paar weg:

aagtse, jauzias van parelhoen op 'n auievaahsnes
ado stadion Haags bakkie (zit altèd hallef vol)
aftaaie opkankere naah thailand
âhtaumatiek snekboâhdeil ( 't zit achtâh een raampie, 't is lekkâh en as je betaalt mag-ie 'm er in dâhwe)
bâhfrâhde gehède konstruksie
beftekkele iem. onderùit halen met je tong
darremvekleiving krèg een ~: ùitnaudiging voâh een raumanties dinei bè mekdonnels
èspelès graute leige koelkas; auk: lichpalès (werreke 'n haup lampies)
------
haagse bos pretparrek voâh bosjes manne
hofstadgroep laaks kwagtieâhtsje
huffnagel, frits stadsnicht (vgl. dimnicht)
kapsalonnetje patatsje saulèi
kengbeng een daus wogs assogtie
knor krèg de ~: afk.: keil-nuis-oâh-rot
kutgezich zie spiegel
longkankâh teerwraak
maasland, bridsjut blaffend blondsje
meduraudam doâh hageneize gebâhde makette van neidâhland; latâh op graute schaal nageaap doâh de res.
oppèpe op stang zùige
pieâh nauit afgemaakte brug naah Engeland
posbus 51 zinlaus gemeld
poszeigel radès
vliegâh (van côhbèn) spermataulaugau

Veel meer Haagse woorden en de verklaring ervan vind je in ut Groen-geile boekie. Je weet het ondertussen wel: inderdaad, te bestellen in de webwinkel.